Wat is stagflatie?

· 3 min read

Het begrip stagflatie werd in 1965 voor het eerst in Engeland gebruikt om de economische situatie van dat moment te beschrijven. Tijdens de recessie na de oliecrisis van de jaren zeventig kwam het opnieuw op de voorgrond en groeide het uit tot een veel vaker gebruikt woord. Stagflatie is een economische term die is ontstaan uit de samenvoeging van de woorden "stagnatie" en "inflatie". Waar stagnatie duidt op een recessie of krimp van de economie, beschrijft inflatie de situatie waarin geld in waarde daalt en de prijzen stijgen. Wanneer stagnatie op de markten en de waardedaling van een munt zich tegelijk voordoen, ontstaat stagflatie.

In periodes van stagflatie, die in de economische theorie als paradoxaal gelden, loopt ook de werkloosheid op. Stagflatie wordt als paradoxaal gezien omdat er volgens de economische theorieën een omgekeerd verband bestaat tussen werkloosheid en inflatie. Stijgt de inflatie, dan wordt verwacht dat de werkloosheid daalt; daalt de inflatie, dan zou de werkloosheid moeten stijgen. Bij stagflatie blijft dat omgekeerde verband echter uit en ontstaat een beeld waarin inflatie en werkloosheid recht evenredig bewegen. Inflatie en werkloosheid stijgen tegelijkertijd.

Wat zijn de oorzaken van stagflatie?

Hoewel de oorzaken zich niet eenvoudig laten aanwijzen, kan stagflatie door uiteenlopende factoren ontstaan. Sommige economen beschouwen de oliecrisis van de jaren zeventig als een van de eerste voorbeelden van stagflatie. Volgens die lezing verhoogden de olie-exporterende landen na de crisis de olieprijzen, waardoor stagflatie ontstond. Tot die opvattingen behoort ook de gedachte dat deze stijging van de olieprijzen een wereldwijde recessie veroorzaakte. Met recessie wordt een situatie bedoeld waarin de economische groei negatief is.

Van stijgende olieprijzen wordt verwacht dat ze de productiekosten van aan olie gerelateerde producten opdrijven. Men gaat ervan uit dat hogere productiekosten het aanbod doen krimpen, ook al neemt de vraag niet af. Daardoor kan ook de inflatie oplopen. Omdat hogere productiekosten de productie terugdringen, kan die daling worden gezien als nog een factor die de werkloosheid doet toenemen. De stijgende werkloosheid kan op haar beurt een van de factoren zijn die de economische groei afremmen.

Hoe raakt stagflatie consumenten en producenten?

Doordat stagflatie de productiekosten opdrijft, kan die kostenstijging producenten dwingen te bezuinigen. Het gevolg kan een stagnerende arbeidsmarkt zijn. Diezelfde gestegen kosten die de werkloosheid doen oplopen, worden bovendien doorberekend in de prijs van het eindproduct dat bij de consument terechtkomt, zodat die met hogere prijzen wordt geconfronteerd. In tijden van stagflatie zien consumenten hun koopkracht dalen door de oplopende werkloosheid en de stijgende prijzen; zij krijgen met inflatie te maken en die inflatie kan sneller oplopen dan verwacht.

Stagflatie en het beperkte aanbod van Bitcoin

Hoe een mogelijke stagflatie de cryptowereld zou kunnen beïnvloeden, is een ander onderwerp dat het bespreken waard is. Zeker als het om Bitcoin gaat, is het nuttig om enkele basiskenmerken van Bitcoin nog eens op een rij te zetten.

Bitcoin is een waardeopslag die bekendstaat om zijn lage inflatie. Het aantal bitcoins dat in omloop is en ooit in omloop kan komen, is beperkt tot 21 miljoen. Dat beperkte aanbod en de sterke controle daarop behoren tot de eigenschappen die Bitcoin tegen hoge inflatie beschermen.

Het genesisblok is het eerste blok dat op de blockchain werd aangemaakt; daarbij werden 50 bitcoin als blokbeloning gegenereerd. Met de bitcoin-blokbeloning worden de nieuwe bitcoins aangeduid die cryptominers ontvangen voor elk blok dat zij succesvol op het netwerk verwerken. Dat deze productie van nieuwe bitcoins, die elke 10 minuten plaatsvindt, met vaste tussenpozen wordt gehalveerd, heet de halving van de blokbeloning. De halving herhaalt zich elke 210.000 blokken en vindt dus ongeveer eens in de vier jaar plaats. De oorspronkelijke blokbeloning daalde op 28 november 2012 naar 25 BTC, op 9 juli 2016 naar 12,5 BTC en met de halving van 11 mei 2020 naar 6,25 BTC.

De halving van de blokbeloning is door Satoshi Nakamoto ontworpen om inflatie tegen te gaan door de hoeveelheid geproduceerde bitcoin te verlagen. Dankzij het gedecentraliseerde karakter van het Bitcoin-netwerk voltrekt de halving zich onafhankelijk van personen en organisaties, zonder onderhandelingen, zonder een landsbestuur en zonder het besluit van een centrale autoriteit.